Goed begonnen is half gewonnen: daarom is het heel belangrijk je training een goede warm-up te starten.
Beweeg bijvoorbeeld vijf tot tien minuten op een rustige intensiteit waar je warm van wordt, gevolgd door verschillende losmaakoefeningen van de spieren. Een voorbeeld van een losmaakoefening is met de voet rondjes of andere figuren in de lucht draaien of met de hak rondjes draaien terwijl de tenen op de grond blijven staan. Doe deze oefeningen ongeveer 15 seconden per keer en herhaal dit twee- tot driemaal, draai rustige, gecontroleerde figuren. Ook de eerder beschreven rekoefening past hier goed bij. Hierna kan het bewegen kort worden herhaald op een hogere tot maximale intensiteit.
Een goede trainingsopbouw is ook erg belangrijk om je gewrichten te sparen. Het is geen goed idee meteen al tot het uiterste van je krachten te gaan. Voer de intensiteit en de omvang van de trainingen geleidelijk op.
Een cooling-down is zalvend voor je gewrichten en kan bestaan uit enkele minuten rustig bewegen en wandelen.
Train zoveel mogelijk op een zachte en effen ondergrond. Wanneer je nog niet lijdt aan een gewrichtsaandoening dan moet je je ondergrond zoveel mogelijk variëren tijdens je training. Variatie van ondergrond zorgt er namelijk voor dat je spieren en pezen zich goed ontwikkelen en zich beter kunnen aanpassen aan de omstandigheden.
Sporters met een (te) hoog lichaamsgewicht, lopen een grotere kans op ongemakken. Bij een te hoog gewicht helpt afvallen mee om ongemakken te vermijden.